Als je geld geeft aan een goed doel, hoe weet je dan of die steun ook echt een verschil maakt? Hoe weet je dat je echt goed doet? Dit zijn vragen die lang niet werden gesteld. Hulpverlening en armoedebestrijding waren vooral gebaseerd op wat logisch leek, zonder dat de impact daarvan werd onderzocht.
Vandaag weten we dat je met dezelfde euro tot honderd keer meer impact kan maken, afhankelijk van aan welk goed doel je deze geeft. Dit weten we dankzij inventieve onderzoekers die met een wetenschappelijke blik naar hulpverlening gingen kijken.
We gaan even naar midden jaren ‘90. De Amerikaanse econoom Michael Kremer deed in het westen van Kenia onderzoek naar hoe leerlingen het beter konden doen op school. De veronderstelling was dat door het aanbieden van gratis schoolboeken, leerlingen betere resultaten zouden halen. Intuïtief lijkt dit een logische redenering. Oude schoolboeken vervangen door nieuwe voelt als een voor de hand liggende manier om te helpen.
Maar wat bleek? Het aanbieden van schoolboeken had niet het gewenste effect. Het zorgde ervoor dat leerlingen die het al goed deden beter scoorden, maar op andere studenten had dit weinig effect. Dit was niet het resultaat dat Kremer had verwacht. En het zette hem aan om uit te zoeken wat dan wel werkt.
Kremer haalde samen met economen Abhijit Banerjee en Esther Duflo inspiratie uit de medische wetenschap. Daar worden gerandomiseerde gecontroleerde experimenten of RCT’s (Randomized Controlled Trial) toegepast om de werking van medicijnen te testen. Daarbij worden deelnemers willekeurig in twee groepen ingedeeld: de interventiegroep en de controlegroep. De interventiegroep krijgt het medicijn, de controlegroep krijgt een placebo, een nepmedicijn. De deelnemers weten zelf niet wat ze gekregen hebben. Door de gezondheidstoestand van beide groepen te vergelijken, kan het verschil gemeten worden tussen het placebo en het medicijn. Op deze manier kunnen wetenschappers vaststellen wat de werkelijke impact is van de interventie.
Kremer, Banerjee en Duflo pasten deze wetenschappelijke methode voor het eerst op grote schaal toe op veldonderzoek naar armoedebestrijding. Gezinnen of dorpen werden willekeurig ingedeeld in verschillende groepen. De ene groep kreeg bijvoorbeeld bednetten, als bescherming tegen malaria. De andere groep kreeg geen bednetten. Zo konden ze vergelijken of de mensen die een bednet kregen, minder besmet werden met malaria.
Op deze manier haalden ze het intuïtieve nattevingerwerk uit armoedebestrijding en konden ze bepalen wat de impact was van de interventies. Dit was een doorbraak die de hulpsector voorgoed zou veranderen.
Terug naar ons eerdere voorbeeld van de schoolboeken. Daar was het gebrek aan schoolboeken eigenlijk niet het grootste probleem, maar wel het hoge aantal leerlingen dat vroegtijdig afhaakt. Ze testten verschillende interventies op grote schaal zoals gratis schoolmaaltijden, extra leerkrachten of het aanbieden van schooluniformen, om zo te achterhalen welke interventie per 100 euro de meeste extra schooldagen opleverde.
Daaruit bleek dat gratis ontwormingsmedicijnen aanbieden ongeveer tien keer meer impact had om schooluitval tegen te gaan dan gratis schoolmaaltijden of extra leerkrachten.
In bepaalde gebieden was er veel schooluitval omdat kinderen besmet waren met darmparasieten. Deze liepen ze op door het drinken van vervuild drinkwater en die infecties zorgden ervoor dat ze te ziek waren om naar school te kunnen gaan. Ontwormingsmedicijnen kunnen dit snel en makkelijk behandelen, daarbovenop zijn ze ook goedkoop en eenvoudig te distribueren. In de gebieden waar men te kampen had met darmparasieten, bleken deze medicijnen dus een eenvoudige en efficiënte interventie.
Dit is een oplossing waar je intuïtief niet meteen voor zou kiezen. De info uit het onderzoek is nodig om te weten wat wel of niet werkt. Dit voorbeeld toont aan dat in contexten die we niet volledig begrijpen, onze intuïtie vaak tekortschiet. Goedbedoelde hulp kan middelen verspillen die elders veel meer verschil hadden kunnen maken.

De aanpak van Michael Kremer, Esther Duflo en Abhijit Banerjee wordt erkend als een van de meest invloedrijke bijdragen aan effectieve ontwikkelingshulp. Het zorgde voor een wetenschappelijke onderbouwing van armoedebestrijding. In 2019 ontvingen Kremer, Duflo en Banerjee er de Nobelprijs voor economie voor.
Ondertussen zet Kremer zijn werk verder in het Development Innovation Lab (DIL), verbonden aan de universiteit van Chicago. Met Effectief Geven steunen we het werk van dit lab. Sinds 1 juli 2025 gaan donaties aan het Fonds Armoede & Welzijn deels naar het DIL.
Als donateur kan je op die manier zowel rechtstreeks bijdragen aan impactvolle goede doelen als aan onderzoek naar welke interventies nog effectiever kunnen zijn.
Het inzicht dat je via onderzoek een groot verschil in effectiviteit tussen interventies kon vaststellen, was het startschot voor verschillende nieuwe wetenschappelijke onderzoeksinstellingen.
Een daarvan is GiveWell. Zij voeren jaarlijks 70 000 uur aan onafhankelijk onderzoek naar goede doelen die wereldwijd de gezondheid en het welzijn van mensen verbeteren. Hun analyses tonen welke initiatieven per euro het meest levens redden of verbeteren. Hun onderzoek toont aan dat de meest effectieve goede doelen tot 100 keer meer impact maken dan een gemiddeld goed doel.
Volgens Max Roser, de persoon achter de wetenschappelijke website ‘Our World in Data’, is het ontstaan van deze onderzoeksinstellingen een revolutie in de goededoelensector:
“Lang was er een verhit debat over de effectiviteit van ontwikkelingshulp, met felle voor- en tegenstanders. Het voorbije decennium maakte dit debat plaats voor een meer nuchtere benadering die erkent dat sommige goede doelen nauwelijks impact maken, terwijl andere uitzonderlijk effectief zijn.”
Niet alle onderzoek in de hulpverlening is trouwens gebaseerd op de RCT’s, want verschillende wereldproblemen vragen om een andere aanpak. Armoede en gezondheid vragen om een andere insteek dan klimaatrechtvaardigheid of dierenwelzijn. Zo zijn er verschillende onderzoeksinstellingen die elk binnen hun thema op zoek zijn naar de grootste hefboom. Effectief Geven beveelt enkel goede doelen aan die volgens deze onderzoeksinstellingen de grootste impact maken per euro.
Bij Effectief Geven gebruiken wij met het principe van ‘2 potjes’. Een eerste potje om te geven vanuit je hart, aan goede doelen waar je een persoonlijke band mee hebt en die jou een warm gevoel geven. En een tweede potje is er om te geven met je hoofd, aan de meest effectieve goede doelen, waarvan je weet dat jouw geld er op dat moment de grootste impact maakt. En daar helpen we je met Effectief Geven graag bij op weg.